Het gevaar van wekkers
Waarover gaat het leven? Waar doen we het voor? Lastige vragen die steeds meer levens verstoren. Weinigen vinden nog troost in de antwoorden van een kerk, meer en meer mensen gaan op zoek naar hun eigen levenszin. In een serie vraaggesprekken gaat Ode op zoek naar visies op de zin van het leven. Eerder verschenen interviews met Freek de Jonge, Ashok Bhalotra, Deepak Chopra, Hans Galjaard , Emmy van Overeem, Andrew Weil en Paul Nouwen. Nu in de achtste aflevering: de Belgische filosoof Arnold Cornelis.
Arnold Cornelis haat wekkers. Voor de Belgische filosoof is de wekker een symbool van gebrek aan respect voor de autonomie van de mens. Een mens komt tot bloei, als hij volgens zijn eigen interne klok leeft. Als hij zijn eigen weg mag gaan. Als hij zich niet door wekkers, bazen of instanties laat betuttelen, maar zichzelf stuurt. Dat is de boodschap van de Belgische filosoof.
Cornelis ontwikkelde een geheel eigen visie op de evolutie en schreef daar een dik boek over: De logica van het gevoel. Maar dat boek is niet alleen inhoudelijk een product van zijn denken, hij gaf het ook in eigen beheer uit om niet afhankelijk te zijn van uitgevers die bijvoorbeeld op het idee zouden kunnen komen om de uitgave na zijn dood te staken. De unieke mens moet voortleven. En dus zal de stichting Essence ervoor zorgen, dat het gedachtengoed van Cornelis nooit zal 'overlijden'. Bovendien onderstreept de eigen uitgave een essentieel element in zijn denken: de mens maakt zijn eigen werk, je kunt hem geen baan aanbieden. De keuze blijkt overigens ook economisch verantwoord: van het boek werden sinds 1990 al 60.000 exemplaren verkocht!
Eigenzinnigheid is geen handelsmerk, maar een uitgangspunt. Cornelis woont in Middelburg in een schitterend oud koopmanspand, waar de geschiedenis stilstaat. Met zijn reusachtige postuur heerst de filosoof over zijn huis als een gouverneur uit voorbije eeuwen. Kleding en gebaar passen zich moeiteloos aan aan de antieke sfeer van het gebouw. Arnold Cornelis zou in staat zijn om in deze omgeving met een ganzenveer zijn boek te schrijven - De logica van het gevoel is een continu proces, waarvan steeds nieuwe edities verschijnen - ware het niet, dat hij juist een groot liefhebber is van de computer als 'dienaar' van de zelfstandige mens. Deze moderne vinding doorbreekt het historische beeld en speelt een voorname rol in het denken van Cornelis. Het is ook bij de computer, dat hij zijn college begint - want van een interview kan nauwelijks sprake zijn met deze hoogleraar aan de universiteit van Brussel. Hij doet verslag van zijn wandeling door de evolutie. Een monoloog.
'Het millenniumvraagstuk is meer dan een simpel probleem met twee cijfers (de computer denkt dat de tijd na 1999 teruggaat naar 1900, omdat in vrijwel alle programma's alleen wordt gewerkt met de laatste twee cijfers - red.). Daarachter schuilt een filosofisch vraagstuk: de twintigste eeuw kent het begrip "tijd" niet. Wij kennen tijd alleen als een beweging in de ruimte. Op het station van Antwerpen hangt een reusachtige klok. Als je op het goede moment kijkt, kun je de wijzers van minuut naar minuut zien verspringen. Het lijkt alsof je de tijd ziet, maar in werkelijkheid zie je een herhalende verplaatsing in de ruimte. De computer beschouwt tijd ook als een repeterend verschijnsel. Tijd staat gelijk aan tellen: identieke seconden, maanden en jaren volgen elkaar op. Maar tijd is de mentale dimensie waarbinnen de mensheid zich ontwikkelt. De tijd is niet altijd hetzelfde. Integendeel, er is juist sprake van een voortdurende verandering. Onze cultuur standaardiseert, maar het begrip tijd ontsnapt aan elke standaardvorm. Ieder mens heeft een eigen tijd. Daarom kun je alleen een beeld van de tijd krijgen, als je de ontwikkeling van mensen volgt.
Het leven begint steeds opnieuw, maar het is nooit hetzelfde: elke mens maakt een eigen leven. Dat is het fundamentele verschil tussen hogere en lagere diersoorten. Alle vissen en slangen lijken op elkaar, maar bijvoorbeeld apen, honden of paarden verschillen onderling zoveel van elkaar dat iemand die ze kent, ze een eigen naam kan geven. Mensen zijn nog duidelijker herkenbaar uniek. Dat unieke van de mens ligt verborgen in - wat ik noem - zijn "verborgen programma". Dat programma is, dat hij zich ontwikkelt in de tijd tot een wezen dat zichzelf wil sturen. Dat unieke verborgen programma staat nergens geschreven. Maar we ontdekken het door onze gevoelens. Als we ons gelukkig voelen, zitten we op de goede weg. Als we boosheid, verdriet of angst ervaren, zijn we van die weg afgeraakt. Als we ons verborgen programma volgen, doen we wat we kunnen en wat we leuk vinden en we ervaren dat als gezondheid, geluk, intelligentie en levenslust. Het hele leven van de mens is erop gericht zijn gevoel om te zetten in zijn unieke logica. Want: er is maar één manier om te voelen, zélf voelen; maar één manier om te denken, zélf denken; maar één manier om gelukkig te zijn, zélf gelukkig zijn. Aut ipse aut non, ik denk zelf of, ik denk niet.
Ik definieer ethiek als respect voor de zelfsturing van mensen, zodat zij hun verborgen programma kunnen ontwikkelen. Dat betekent, dat externe sturing uit de weg moet. En wat dat betreft staat de twintigste eeuw in het teken van een samenzwering tegen het gevoel. Dat zie je bijvoorbeeld in de wetenschap: als iemand iets zei over zijn gevoel, dan werd gezegd dat dat "subjectief" was en dus ongeldig. Als iemand iets zei over emoties, over angst en verdriet, dan gold dat als "irrationeel" en was dus weer ongeldig. De twintigste-eeuwse samenleving is een samenleving van verboden en verplichtingen: of je mocht iets niet of je moest het doen. In logica spreek je in dat geval van binaire logica: zo werken computers. Ik heb niets tegen computers, maar ze kunnen niet denken. Mensen denken, dat is een aspect van hun natuurlijke kwaliteiten.
Het was een politiek spel, omdat men wist - ook al was dat onbewust - dat als je mensen hun gevoel zou geven, dat zij dan zichzelf zouden sturen. En dat was niet de bedoeling: mensen moesten gehoorzamen. Je kunt het zien als een overblijfsel van de slavernij. Er waren regels die men moest volgen en de enige zorg was controlerend. Onderwijs, politie, examens... alles was erop gericht om na te gaan of men inderdaad de regels naleefde. En wie waagde af te wijken, kreeg te maken met rechtspraak, gevangenissen en executies. Uiteindelijk werd zo de weg geplaveid voor totalitaire staten, bijvoorbeeld de catastrofe in Duitsland, waar miljoenen mensen hun eigen gevoelens in de steek lieten en één mens gehoorzaamden. Zelfs een poging om de tiran te liquideren, mislukte nog.
Er bestaat een boeiende relatie tussen externe zorg en zelfsturing. Die verhouding is een constante, die tot uitdrukking komt in de identiteit van een individu. Hoe zwakker de zelfsturing is, des te meer zorg is er nodig. Als het ons niet wordt toegestaan om zelf dingen te doen, dan moeten ze door het systeem worden gedaan. Mogelijkheden worden verplichtingen. Externe sturing maakt mensen ziek. Neem het voorbeeld van de mensen in Kazachstan die 140 jaar oud worden. De twintigste-eeuwse verklaring voor dat verschijnsel was biologisch: de Kazakken aten yoghurt. Toen ontdekte men, dat er ook Kazakken van 140 waren, die geen yoghurt aten. Wat was dan de verklaring? Die mensen wonen in de bergen. Ze kennen geen verkeer, ze maken hun eigen werk, ze hebben ook geen last van vervuiling - wat ook een vorm van externe sturing is.
Het is onmogelijk om voor een ander te zorgen, om een ander te genezen. Je kunt iemand slechts helpen om beter te worden, het gat in de knie groeit zelf dicht. Ik voorspel, dat men in de toekomst zal beseffen dat gezondheid zelfsturing is. Zelfsturing is het nieuwe woord voor vrijheid. De mens in de eenëntwintigste eeuw wordt baas in eigen brein. Dat is de revanche van de geest.
Dat betekent bijvoorbeeld, dat het onderwijs nieuwe wegen zal zoeken in de richting van zelfsturing. Nu krijgt degene een tien die precies vertelt wat er in het boekje staat. Dat is de standaard. Einstein zakt elke dag weer op school, omdat hij elke dag wat nieuws verzint. Mensen moeten hun eigen, unieke programma kunnen volgen. Het onderwijs moet modellen aanreiken, zodat kinderen zichzelf kunnen spiegelen, zodat angst, boosheid en verdriet kunnen worden getransformeerd in zelfsturing. Want als kinderen niet leren om hun eigen "vingerafdruk" zichtbaar te maken, leidt dat tot verdriet of depressies en dan houden ze op te leren.
Zelfsturing leidt niet tot anarchie, noch naar een wereld van kluizenaars. Het gaat om communicatieve zelfsturing. Communicatieve zelfsturing gaat veel verder dan individualisering met het oog op het eigen belang. Het betekent dat, je de unieke zelfsturing van een ander respecteert - anders is het eigenwijsheid. Communicatieve zelfsturing biedt ieder gelijke mogelijkheden. Er komen minder conflicten, want conflicten zijn een gevolg van een gebrek aan communicatie. Het leven wordt dus steeds leuker. Daarom willen we ook niet meer terug, als we de communicatieve zelfsturing eenmaal hebben bereikt. We gaan steeds meer naar "win-win"-situaties. Wat goed is voor de mensen, is goed voor de economie. In de twintigste eeuw heeft iedereen gedacht dat de wereld bestaat uit feiten, maar de wereld bestaat uit mogelijkheden. De zelfsturende mens kan die mogelijkheden steeds beter benutten. En daar zullen organisaties en bedrijven van profiteren. We denken vaak dat er voor problemen geen oplossingen zijn, maar communicatie levert oplossingen. Zelfsturing is dus niet alleen de sleutel voor de gezondheid en het geluk van het individu, maar ook voor het welzijn van de samenleving.
De rol van werknemers en managers verandert ingrijpend. De manager van vroeger was een legeraanvoerder, die gewend was om opdrachten te geven aan ondergeschikten die hem gehoorzaamden. De nieuwe manager heeft daar een computer voor. De computer doet wat je zegt: dat is een overblijfsel van de mensen van de jaren dertig. De nieuwe leider is vooral een luisteraar. Hij luistert om te beoordelen waar hij kan helpen om de ontwikkeling van het unieke programma van zijn medewerkers te stimuleren, zodat ze zelf baas kunnen worden. De nieuwe manager zegt niet wat zijn medewerkers moeten doen, hij communiceert met hen en omringt zich met mensen die slimmer zijn dan hijzelf.
Omgekeerd is de werknemer straks niet meer iemand die uitvoert wat hem wordt opgedragen, maar een sleutelfiguur die een eigen verantwoordelijkheid draagt. Mensen gaan ook steeds minder een baan zoeken. Je kunt eigenlijk niet weten welke baan je iemand kan aanbieden. Mensen gaan hun eigen functies maken. De benoeming van Duisenberg tot president van de Europese Centrale Bank is een mooi voorbeeld. Hij heeft die "baan" zelfsturend en communicerend gemaakt. Daar wijkt alles voor.
We staan op een breuk in de cultuur. De mensen zijn er - na het verwerpen van het kolonialisme en de totalitaire systemen - aan toe om zichzelf te sturen. Maar de cultuur is er nog niet rijp voor. Die cultuur zit nog vast in het oude regelsysteem. Mensen proberen zichzelf te sturen met oude ideeën in de nieuwe situatie. Dat is de neurose van onze cultuur. Mensen weten niet, dat zij zichzelf moeten sturen, ze verwachten externe sturing. Vroeger sprak je over een midlife crisis. Dat was individueel, nu is het cultureel. Je ziet de crisis in de economie, de ecologie en de gezondheidszorg. Zonder zelfsturing loopt de complexe, moderne samenleving vast. Nederland is op de goede weg. De communicatieve zelfsturing is hier al op gang gekomen. Dat is mijn interpretatie van het poldermodel. Overal waar het goed gaat is sprake van een doorbreking van het systeem van dwingende regelgeving. De logica van het gevoel is veel intensiever en slimmer dan het systeem van sociale regelgeving.
Het wonder van de communicatieve zelfsturing is, dat ieder mens een model met zich meedraagt van de hele wereld. Uit de communicatie ontwikkelen mensen een gezamenlijk model van de wereld. Daarom heeft communicatieve zelfsturing alles met zingeving te maken. Destijds werden de meeste antwoorden over de betekenis van het leven opgelegd. Maar zingeving is communicatie. Plato bestaat nog: er is leven na de dood, maar dat is van communicatieve aard. Je ziet in allerlei - new age - stromingen pogingen om de logica van het gevoel in een taal weer te geven. Maar wat ze uit de sterren halen, klopt - volgens mij - wel. Het zijn verschillende talen.
Ik denk, dat het menselijk verlangen in de tijd niet is veranderd. Elk kind komt huilend in de wereld met die ene vraag: mag ik mijn verborgen programma uitvoeren?
Arnold Cornelis: De logica van het gevoel, Stichting Essence
Arnold Cornelis haat wekkers. Voor de Belgische filosoof is de wekker een symbool van gebrek aan respect voor de autonomie van de mens. Een mens komt tot bloei, als hij volgens zijn eigen interne klok leeft. Als hij zijn eigen weg mag gaan. Als hij zich niet door wekkers, bazen of instanties laat betuttelen, maar zichzelf stuurt. Dat is de boodschap van de Belgische filosoof.
Cornelis ontwikkelde een geheel eigen visie op de evolutie en schreef daar een dik boek over: De logica van het gevoel. Maar dat boek is niet alleen inhoudelijk een product van zijn denken, hij gaf het ook in eigen beheer uit om niet afhankelijk te zijn van uitgevers die bijvoorbeeld op het idee zouden kunnen komen om de uitgave na zijn dood te staken. De unieke mens moet voortleven. En dus zal de stichting Essence ervoor zorgen, dat het gedachtengoed van Cornelis nooit zal 'overlijden'. Bovendien onderstreept de eigen uitgave een essentieel element in zijn denken: de mens maakt zijn eigen werk, je kunt hem geen baan aanbieden. De keuze blijkt overigens ook economisch verantwoord: van het boek werden sinds 1990 al 60.000 exemplaren verkocht!
Eigenzinnigheid is geen handelsmerk, maar een uitgangspunt. Cornelis woont in Middelburg in een schitterend oud koopmanspand, waar de geschiedenis stilstaat. Met zijn reusachtige postuur heerst de filosoof over zijn huis als een gouverneur uit voorbije eeuwen. Kleding en gebaar passen zich moeiteloos aan aan de antieke sfeer van het gebouw. Arnold Cornelis zou in staat zijn om in deze omgeving met een ganzenveer zijn boek te schrijven - De logica van het gevoel is een continu proces, waarvan steeds nieuwe edities verschijnen - ware het niet, dat hij juist een groot liefhebber is van de computer als 'dienaar' van de zelfstandige mens. Deze moderne vinding doorbreekt het historische beeld en speelt een voorname rol in het denken van Cornelis. Het is ook bij de computer, dat hij zijn college begint - want van een interview kan nauwelijks sprake zijn met deze hoogleraar aan de universiteit van Brussel. Hij doet verslag van zijn wandeling door de evolutie. Een monoloog.
'Het millenniumvraagstuk is meer dan een simpel probleem met twee cijfers (de computer denkt dat de tijd na 1999 teruggaat naar 1900, omdat in vrijwel alle programma's alleen wordt gewerkt met de laatste twee cijfers - red.). Daarachter schuilt een filosofisch vraagstuk: de twintigste eeuw kent het begrip "tijd" niet. Wij kennen tijd alleen als een beweging in de ruimte. Op het station van Antwerpen hangt een reusachtige klok. Als je op het goede moment kijkt, kun je de wijzers van minuut naar minuut zien verspringen. Het lijkt alsof je de tijd ziet, maar in werkelijkheid zie je een herhalende verplaatsing in de ruimte. De computer beschouwt tijd ook als een repeterend verschijnsel. Tijd staat gelijk aan tellen: identieke seconden, maanden en jaren volgen elkaar op. Maar tijd is de mentale dimensie waarbinnen de mensheid zich ontwikkelt. De tijd is niet altijd hetzelfde. Integendeel, er is juist sprake van een voortdurende verandering. Onze cultuur standaardiseert, maar het begrip tijd ontsnapt aan elke standaardvorm. Ieder mens heeft een eigen tijd. Daarom kun je alleen een beeld van de tijd krijgen, als je de ontwikkeling van mensen volgt.
Het leven begint steeds opnieuw, maar het is nooit hetzelfde: elke mens maakt een eigen leven. Dat is het fundamentele verschil tussen hogere en lagere diersoorten. Alle vissen en slangen lijken op elkaar, maar bijvoorbeeld apen, honden of paarden verschillen onderling zoveel van elkaar dat iemand die ze kent, ze een eigen naam kan geven. Mensen zijn nog duidelijker herkenbaar uniek. Dat unieke van de mens ligt verborgen in - wat ik noem - zijn "verborgen programma". Dat programma is, dat hij zich ontwikkelt in de tijd tot een wezen dat zichzelf wil sturen. Dat unieke verborgen programma staat nergens geschreven. Maar we ontdekken het door onze gevoelens. Als we ons gelukkig voelen, zitten we op de goede weg. Als we boosheid, verdriet of angst ervaren, zijn we van die weg afgeraakt. Als we ons verborgen programma volgen, doen we wat we kunnen en wat we leuk vinden en we ervaren dat als gezondheid, geluk, intelligentie en levenslust. Het hele leven van de mens is erop gericht zijn gevoel om te zetten in zijn unieke logica. Want: er is maar één manier om te voelen, zélf voelen; maar één manier om te denken, zélf denken; maar één manier om gelukkig te zijn, zélf gelukkig zijn. Aut ipse aut non, ik denk zelf of, ik denk niet.
Ik definieer ethiek als respect voor de zelfsturing van mensen, zodat zij hun verborgen programma kunnen ontwikkelen. Dat betekent, dat externe sturing uit de weg moet. En wat dat betreft staat de twintigste eeuw in het teken van een samenzwering tegen het gevoel. Dat zie je bijvoorbeeld in de wetenschap: als iemand iets zei over zijn gevoel, dan werd gezegd dat dat "subjectief" was en dus ongeldig. Als iemand iets zei over emoties, over angst en verdriet, dan gold dat als "irrationeel" en was dus weer ongeldig. De twintigste-eeuwse samenleving is een samenleving van verboden en verplichtingen: of je mocht iets niet of je moest het doen. In logica spreek je in dat geval van binaire logica: zo werken computers. Ik heb niets tegen computers, maar ze kunnen niet denken. Mensen denken, dat is een aspect van hun natuurlijke kwaliteiten.
Het was een politiek spel, omdat men wist - ook al was dat onbewust - dat als je mensen hun gevoel zou geven, dat zij dan zichzelf zouden sturen. En dat was niet de bedoeling: mensen moesten gehoorzamen. Je kunt het zien als een overblijfsel van de slavernij. Er waren regels die men moest volgen en de enige zorg was controlerend. Onderwijs, politie, examens... alles was erop gericht om na te gaan of men inderdaad de regels naleefde. En wie waagde af te wijken, kreeg te maken met rechtspraak, gevangenissen en executies. Uiteindelijk werd zo de weg geplaveid voor totalitaire staten, bijvoorbeeld de catastrofe in Duitsland, waar miljoenen mensen hun eigen gevoelens in de steek lieten en één mens gehoorzaamden. Zelfs een poging om de tiran te liquideren, mislukte nog.
Er bestaat een boeiende relatie tussen externe zorg en zelfsturing. Die verhouding is een constante, die tot uitdrukking komt in de identiteit van een individu. Hoe zwakker de zelfsturing is, des te meer zorg is er nodig. Als het ons niet wordt toegestaan om zelf dingen te doen, dan moeten ze door het systeem worden gedaan. Mogelijkheden worden verplichtingen. Externe sturing maakt mensen ziek. Neem het voorbeeld van de mensen in Kazachstan die 140 jaar oud worden. De twintigste-eeuwse verklaring voor dat verschijnsel was biologisch: de Kazakken aten yoghurt. Toen ontdekte men, dat er ook Kazakken van 140 waren, die geen yoghurt aten. Wat was dan de verklaring? Die mensen wonen in de bergen. Ze kennen geen verkeer, ze maken hun eigen werk, ze hebben ook geen last van vervuiling - wat ook een vorm van externe sturing is.
Het is onmogelijk om voor een ander te zorgen, om een ander te genezen. Je kunt iemand slechts helpen om beter te worden, het gat in de knie groeit zelf dicht. Ik voorspel, dat men in de toekomst zal beseffen dat gezondheid zelfsturing is. Zelfsturing is het nieuwe woord voor vrijheid. De mens in de eenëntwintigste eeuw wordt baas in eigen brein. Dat is de revanche van de geest.
Dat betekent bijvoorbeeld, dat het onderwijs nieuwe wegen zal zoeken in de richting van zelfsturing. Nu krijgt degene een tien die precies vertelt wat er in het boekje staat. Dat is de standaard. Einstein zakt elke dag weer op school, omdat hij elke dag wat nieuws verzint. Mensen moeten hun eigen, unieke programma kunnen volgen. Het onderwijs moet modellen aanreiken, zodat kinderen zichzelf kunnen spiegelen, zodat angst, boosheid en verdriet kunnen worden getransformeerd in zelfsturing. Want als kinderen niet leren om hun eigen "vingerafdruk" zichtbaar te maken, leidt dat tot verdriet of depressies en dan houden ze op te leren.
Zelfsturing leidt niet tot anarchie, noch naar een wereld van kluizenaars. Het gaat om communicatieve zelfsturing. Communicatieve zelfsturing gaat veel verder dan individualisering met het oog op het eigen belang. Het betekent dat, je de unieke zelfsturing van een ander respecteert - anders is het eigenwijsheid. Communicatieve zelfsturing biedt ieder gelijke mogelijkheden. Er komen minder conflicten, want conflicten zijn een gevolg van een gebrek aan communicatie. Het leven wordt dus steeds leuker. Daarom willen we ook niet meer terug, als we de communicatieve zelfsturing eenmaal hebben bereikt. We gaan steeds meer naar "win-win"-situaties. Wat goed is voor de mensen, is goed voor de economie. In de twintigste eeuw heeft iedereen gedacht dat de wereld bestaat uit feiten, maar de wereld bestaat uit mogelijkheden. De zelfsturende mens kan die mogelijkheden steeds beter benutten. En daar zullen organisaties en bedrijven van profiteren. We denken vaak dat er voor problemen geen oplossingen zijn, maar communicatie levert oplossingen. Zelfsturing is dus niet alleen de sleutel voor de gezondheid en het geluk van het individu, maar ook voor het welzijn van de samenleving.
De rol van werknemers en managers verandert ingrijpend. De manager van vroeger was een legeraanvoerder, die gewend was om opdrachten te geven aan ondergeschikten die hem gehoorzaamden. De nieuwe manager heeft daar een computer voor. De computer doet wat je zegt: dat is een overblijfsel van de mensen van de jaren dertig. De nieuwe leider is vooral een luisteraar. Hij luistert om te beoordelen waar hij kan helpen om de ontwikkeling van het unieke programma van zijn medewerkers te stimuleren, zodat ze zelf baas kunnen worden. De nieuwe manager zegt niet wat zijn medewerkers moeten doen, hij communiceert met hen en omringt zich met mensen die slimmer zijn dan hijzelf.
Omgekeerd is de werknemer straks niet meer iemand die uitvoert wat hem wordt opgedragen, maar een sleutelfiguur die een eigen verantwoordelijkheid draagt. Mensen gaan ook steeds minder een baan zoeken. Je kunt eigenlijk niet weten welke baan je iemand kan aanbieden. Mensen gaan hun eigen functies maken. De benoeming van Duisenberg tot president van de Europese Centrale Bank is een mooi voorbeeld. Hij heeft die "baan" zelfsturend en communicerend gemaakt. Daar wijkt alles voor.
We staan op een breuk in de cultuur. De mensen zijn er - na het verwerpen van het kolonialisme en de totalitaire systemen - aan toe om zichzelf te sturen. Maar de cultuur is er nog niet rijp voor. Die cultuur zit nog vast in het oude regelsysteem. Mensen proberen zichzelf te sturen met oude ideeën in de nieuwe situatie. Dat is de neurose van onze cultuur. Mensen weten niet, dat zij zichzelf moeten sturen, ze verwachten externe sturing. Vroeger sprak je over een midlife crisis. Dat was individueel, nu is het cultureel. Je ziet de crisis in de economie, de ecologie en de gezondheidszorg. Zonder zelfsturing loopt de complexe, moderne samenleving vast. Nederland is op de goede weg. De communicatieve zelfsturing is hier al op gang gekomen. Dat is mijn interpretatie van het poldermodel. Overal waar het goed gaat is sprake van een doorbreking van het systeem van dwingende regelgeving. De logica van het gevoel is veel intensiever en slimmer dan het systeem van sociale regelgeving.
Het wonder van de communicatieve zelfsturing is, dat ieder mens een model met zich meedraagt van de hele wereld. Uit de communicatie ontwikkelen mensen een gezamenlijk model van de wereld. Daarom heeft communicatieve zelfsturing alles met zingeving te maken. Destijds werden de meeste antwoorden over de betekenis van het leven opgelegd. Maar zingeving is communicatie. Plato bestaat nog: er is leven na de dood, maar dat is van communicatieve aard. Je ziet in allerlei - new age - stromingen pogingen om de logica van het gevoel in een taal weer te geven. Maar wat ze uit de sterren halen, klopt - volgens mij - wel. Het zijn verschillende talen.
Ik denk, dat het menselijk verlangen in de tijd niet is veranderd. Elk kind komt huilend in de wereld met die ene vraag: mag ik mijn verborgen programma uitvoeren?
Arnold Cornelis: De logica van het gevoel, Stichting Essence
LAATSTE NIEUWS
23 mei, Congres "De Ontdekkingsreis": een aanrader voor managers!
Sweet Solutions wilt u op de hoogte brengen van een bijzonder congres dat binnenkort plaats gaat vinden: "De Ontdekkingsreis".
...
Sweet Solutions zet met partners nieuw product in de markt: het Diner Pensant
Afgeleid van het Diner Dansant! In een zeer gastvrije omgeving praten we met een select gezelschap (MT/ Directie/ Teams) over de toegevoegde waarde van ...
Sweet Solutions wilt u op de hoogte brengen van een bijzonder congres dat binnenkort plaats gaat vinden: "De Ontdekkingsreis".
...Sweet Solutions zet met partners nieuw product in de markt: het Diner Pensant
Afgeleid van het Diner Dansant! In een zeer gastvrije omgeving praten we met een select gezelschap (MT/ Directie/ Teams) over de toegevoegde waarde van ...

